Copyrights NTA 2009

Best vieuwed 1024 x 768 pixels  

 

WELKOM ALGEMEEN NIEUWS TAEKWON-DO MULTI MEDIA OVERIGE CONTACT
     

Deze pagina is bijgewerkt op : 08-05-2010

 
 
  U bevindt zich hier : TAEKWON-DO / Geschiedenis Taekwon-do
  Klik op de verschillende plaatjes om ze in groter formaat te bekijken.
 
  Lees verder.....
     
 

Algemeen :

Jezelf verdedigen om vijanden en dieren te kunnen overwinnen gaat zover terug als het ontstaan van de mens. Daar zijn nu nog veel bewijzen voor te vinden.

 
 
 

Europa en Noord-Afrika :

Er zijn wandschilderijen in grafkamers aan de Nijl en hiëroglyfische inscripties in de piramides, die bewijzen dat de Egyptenaren al 3000 voor Chr. het ongewapend handgevecht kenden.

 
 
 

Ten tijde van de Griekse stadstaten waren boksen, worstelen en verwante gevechtsvormen onderdeel van de Olympische spelen. (in 776 voor Chr. werden in Olympia de 1e spelen georganiseerd) De Griekse schrijver Homerus (ca. 800 voor Chr.) beschrijft verschillende vormen van ongewapend vechten. De beroemde Griekse filosoof Plato (ca. 400 voor Chr.) noemt in zijn werken “skiamachia”. Dit was een soort schaduwboksen of gevecht zonder tegenstander dat op den duur met worstelen en boksen tot de vorm “pancratium” gecombineerd werd. Dit was een gevechtssysteem, waarin het hele lichaam als wapen gebruikt werd. In feiten waren de Griekse beoefenaars voorlopers van de Romeinse gladiatoren.

Klik voor vergroting

 
 
 

Het verre Oosten :

Het is niet eenvoudig om de oorsprong van het hand en voet-gevecht in Azië te bepalen. Wel is bekend dat in China de kunst van het palgwae (ongewapend handgevecht) ca. 200 voor Chr. werd beoefend. Er zijn wel tal van legendes omtrent de oorsprong van het ongewapende gevecht. Ik heb hier de bekendste willen behandelen.

 
 
 
De legende van de Boeddhistische monnik Bodhidharma :
 
Klik voor vergroting

De boeddhistische monnik Bodhidharma (Tamo in het Chinees, Daruma in het Japans) zou in de 6e eeuw in China het ongewapende gevecht hebben ingevoerd. De monnik was de derde zoon van de Indische koning Brahman, die als de 28e patriarch van het boeddhistische Zen bekend was.

 
 
 

De essentie van Zen (de leer van de rust), is het afstand doen van alle materiele wensen, macht, hebzucht etc. om een toestand van verlichting te bereiken. Bodhidharma (448-529 na Chr.) zou volgens de overlevering van India naar China over het Himalaya gebergte zijn getrokken om de Chinese monarch van de Liang dynastie de beginselen van het boeddhisme te onderwijzen. Maar hij werd niet tot de paleizen toegelaten. Hij trok zich terug om zich bezig te houden met meditatie en devotie. En hij deed dat in een Shaolin-Klooster op de Shao-Shik berg. Dat was in 520 na Chr. Daar begon hij Chinese monniken in de boeddhistische leer te onderwijzen.

 
 
 

Het viel Bodhidharma op dat door de strenge discipline en het snelle tempo dat hij eiste, de monniken snel vermoeid waren. Om de monniken zo te trainen dat zij deze werkwijze konden volhouden heeft Bodhidharma een methode van mentale en fysieke conditietraining ingevoerd. Deze methode is beschrijven in de boeken I-Jin Kyong (spierontwikkeling) en I Shim Kyong (het zuiveren van de gedachten). De oefeningen waren bedoeld om de monniken van alle bewuste controle te bevrijden en hen daarmee het bereiken van de verlichte toestand mogelijk te maken.

 
     
 

Ook werkten de monniken aan andere oefeningen, namelijk de Shih Pa Lo-han (18 bewegingen van de Lo-han handen). Deze bewegingen imiteerden de standen van 18 verschillende tempelbeelden. Als gevolg van deze trainingen werden de monniken de beste vechters in China. De methode van Bodhidharma werd op den duur samen met de Shih Pa Lo-Han bewegingen gecombineerd. Daaruit ontstond het bekende Shaoling boksen (of Ch’yan Fa de methode van de Shaoling vuist).  Deze monniken reisden door het Verre-Oosten om het boeddhisme te verspreiden. Het Ch’yan Fa werd op die manier verspreid.

 
     
 

Het verhaal van Bodhidharma is een legende wat we wel doormiddel van zorgvuldig onderzoek kunnen vaststellen. Is dat Bodhidharma tijdens de Liang dynastie in de 6e eeuw in China is gearriveerd. Hij heeft in het begin geprobeerd om het boeddhisme aan de koning Moo Je In Kwang Joo te leren. Maar hij werd niet toegelaten. Daarna ging hij naar een klein landje in het Noorden van China, genaamd Ui, waar hij uitgenodigd werd om koning Myong Je te onderwijzen. Om ombekend gebleven redenen heeft Bodhidharma deze uitnodiging afgewezen en zich teruggetrokken in de Shaolin Tempel. Daar is hij negen jaar later overleden, nadat hij zich heeft bezig gehouden met meditatie en devotie.

 
     
 

Korte schets:

Uit het hiervoor beschreven geschiedenis kunnen we concluderen dat verschillende stijlen van hand en voetgevecht over de hele wereld ontwikkeld werden. Elke stijl weerspiegelt de behoeften van zijn tijd en de verschillende historische en culturele achtergronden van het land van oorsprong. In onze tijd noemen ze in China het ongewapende gevecht , Gung-Fu” of “Daeji-Chon”,  in India “Selamban”, in Frankrijk “Savate”, in Japan “Judo”, “Karate”, Aikido” of “Jiu-Jitsu”, in Rusland “Samba”, in Maleisië “Bosilat”, in Thailand “Kickboksen”, in Vietnam “Viet Vo Dae”, in Indonesische “Penjak Silat” en in Korea “Hapkido”, Hwarang-Do”, “Tang Soo Do” en “Taekwon-do”.

 
     
 

Historie Koreaanse Zelfverdedigingkunsten:

De historie van de Koreaanse zelfverdedigingkunsten kan men terug voeren in de tijd waarin Korea ingedeeld was in drie koninkrijken.

Koguryõ (37 voor Chr. - 668 na Chr.)

Klik voor vergroting

Paekche (18 voor Chr. - 660 na Chr.)
Silla (57 voor Chr. - 936 na Chr.)

Tussen 540 en 576 regeerde in Silla koning Chinhung (24e koning van Silla), die de eerste aanzet zou geven tot de uiteindelijke vereniging van de drie koninkrijken. Gedurende zijn regering kwam de zogenaamde hwarang-groep op.

 
     
 

De Hwarang:

Hwarang (8e tul) wordt vaak met Taekwon-do in verband gebracht. Daarom wil ik bij de beschrijving van de historie van de Koreaanse krijskunsten stilstaan bij deze groepering.
De bronnen waaruit de informatie over hwarang uitgehaald moet worden, bestaan uit de kronieken van de drie koninkrijken (Samguk Sagi) geschreven door Kim Pusik (militair staatsgeleerde 1075-1152) en de nalatenschap van de drie koninkrijken (Samguk Yusa), geschreven door Iryðn (boeddhistische monnik 1206-1281).

 
     
 
Klik voor vergroting

Doordat Kim Pusik militair was heeft hij tijdens zijn beschrijvingen vooral de militaire aspecten beschreven en monnik Iryðn vooral de religieuze aspecten.  Zowel Kim Pusik als Iryðn zijn het erover eens dat de hwarang niet in eerste plaats een militaire groep was.  Hoewel het woord hwarang op verschillende manieren vertaald kan worden, is de beste vertaling "bloemenjongen". Hwa betekent bloem en rang krijgt als vertaling jongeman.

 
     
 

Nog net tijdens de regering van koning Chinhung (in 576) werden twee mooie vrouwen uitgekozen om allerlei dansen uit te voeren. Zij verzamelden ieder een groep om zich heen en werden de wõnhwa genoemd. Wõnhwa betekent "de originele bloemen". De leidsters van de twee wõnhwa-groepen waren echter jaloers op elkaar, waarop de ene de andere verdronk. De dader werd hiervoor ter dood veroordeeld en de wõnhwa viel uit elkaar. Hierna werden knap uitziende jongens gekozen, voornamelijk uit de kringen van de edelen. Deze jongens werden hwarang (zie plaatje) genoemd. Ze werden opgemaakt en droegen mooie kleren. Ze hielden zich hoofdzakelijk bezig met zingen, dansen, muziek en poëzie. Ze maakten tochten naar de bergen en rivieren en amuseerden zich aldaar. Door deze activiteiten scheidde de goeden zich van de slechten, waarna de goeden aan het hof ontboden werden. De hwarang had een religieus karakter, welke veelal in verband wordt gebracht met het Boeddhisme en Confucianisme. Maar in de literatuur van gen. Choi Hong Hi wordt ook geschreven dat ze een elite officieren korps van jonge aristocraten waren. Om zichzelf op te leiden en hen een doel te geven, voerden zij een vijf punten code voor gedrag in. Deze code was voortgebracht door hun meest belangrijke boeddhistische monnik en geleerde Wan Kang.

 
     
 
Deze code bestond uit de volgende punten:
  1. Wees trouw aan de koning,
  2. Wees gehoorzaam tegen je ouders,
  3. Wees eerzaam naar je vrienden,
  4. Nooit terugtrekken in een gevecht,
  5. Dood op een rechtvaardige wijze.
  1. IL. SA KUN E CHOONG,
  2. E. SA CHIN E HYO,
  3. SAM. KYO WOO E SHIN,
  4. SA. IM JEON MOO TAE,
  5. OH. SAL SAENG YOO TEAK.
 
 

Volgens de literatuur van de N.C.O.  (N.C.O., geschiedenis organisatorische achtergrond, 1996), is er geen reden om aan te nemen dat de hwarang een militaire groep was. Gebaseerd op geschriften van militair Kim Pusik monnik Iryðn. Het is wel via de geschriften zo dat zij zich later op het militaire pad hebben begeven. De aard van de hwarang zou je als volgt kunnen samenvatten: “De hwarang waren een groep jongemannen, die zich bezighielden met religieuze en culturele zaken, maar die af en toe half-militaristisch (of soms zelfs geheel militaristisch) moesten zijn omdat de tijd waarin ze leefden dat met zich meebracht.”

 
     
 

De literatuur van Choi Hong Hi beschrijft juist wel de militaire aspecten. Volgens Choi werd hwarang bekend op het schiereiland voor hun moed en vaardigheden in het gevecht en kregen ze zelfs respect van hun grootste tegenstanders. De kracht die zij kregen door het respect van hun code stelde hen in staat om heldendaden van moed te verwerven die legendarisch werden. Vele van deze dappere, jongere stierven op het slagveld in de bloei van hun jeugd.

Klik voor vergroting

 
     
 

Volgens de literatuur van Choi waren de hwarang jongens bezig om zichzelf op te leiden tot ridderschap met behulp van de vijf punten code voor gedrag. De literatuur die ik op dit gebied heb onderzocht is dus tegenstrijdig. De een spreekt van de hwarang groep die vooral op het gebied van cultuur en religie bezig was. En de ander spreekt van een elite officieren korps bestaande uit jonge aristocraten. Een soort Koreaanse samurai. Waarschijnlijk kloppen beiden beschrijvingen. Alleen legt de literatuur van Choi sterk de nadruk op het militaire aspect. Dit vanwege het raakvlak met taekwon-do.

 
     
 

Welke betekenis heeft de hwarang gehad i.v.m de ontwikkeling van het taekwon-do?

Voor zover bekend heeft de hwarang geen directe invloed op het taekwon-do uitgeoefend. Ongetwijfeld heeft zij zich gedurende hun militaire momenten wel beziggehouden met allerlei militaire vechtsystemen, maar deze zijn vermoedelijk van China afkomstig. De hwarang heeft geen enkel eigen vechtsysteem ontwikkeld. Hieruit zouden we kunnen concluderen dat hwarang niet met taekwon-do te maken heeft. De hwarang groepering heeft wel een nieuwe dimensie aan de primitieve methode van vechten toegevoegd. Namelijk het nieuwe mentale concept van de vijf punten code. Deze vijf punten zijn ook in het grote handboek van generaal Choi Hong Hi te vinden. Welke vechtsporten worden dan wel in verband gebracht met taekwon-do? De volgende benamingen komen overal terug in de beschrijvingen.

 
     
 
Subak, t'aekkyõn en kwõn bõp:
Klik voor vergroting

Choi Hong Hi noemt subak een soort “gevecht met de voeten, en de benen”, terwijl Richard Chun als vertaling: “slaan met de vuisten en kopstoten” geeft. De Chinese karakters waarmee je subak schrijft, geven de volgende betekenis te zien: het woord su betekent letterlijk “hand” en het woord bak betekent slaan met de vuisten (boksen). Ook wordt subak vertaald als een gevecht met de handen in een strijd of wedstrijd.

 
     
 

Tot nog toe is er dus geen reden om aan te nemen dat subak een vechtsport zou zijn, waarbij de benen of het hoofd gebruikt werden. Wel bestaat het Koreaanse woord bak ch'igi, dat kopstoten betekent. Het woord bak in deze opbouw heeft taalkundig echter niets te maken met het woord bak in subak.

 
     
 

Een andere naam die veel in verband wordt gebracht met taekwon-do is t'aekkyõn. Bestaan er Chinese karakters om dit woord te schrijven? Waarschijnlijk gaat het om een puur Koreaans woord. T'aekkyõn wordt beschreven als een spel, waarbij twee tegenover elkaar staande personen elkaar onderuit proberen te trappen. Hoge trappen zijn toegestaan, die door de handen opgevangen mogen worden. Dit spel kende men ook in Japan. Hoewel niet met zekerheid gezegd kan worden dat dit zo is, bestaat de mogelijkheid dat het taekwon-do enige beenbewegingen overgenomen heeft van het t'aekkyõn.

 
     
 

Volgens Choi Hong Hi werd subak in China geïntroduceerd als kwõn bõp en als een vorm van jiu-jitsu in Japan. Helemaal correct lijkt dit niet, als we naar de betekenis kijken van het woord kwõn bõp. Kwõn vindt men ook in taekwon-do terug en betekent vuist. Het woord bõp betekent wet (systeem). De Japanners spreken kwõn bõp uit als kempo. In het Chinees wordt het uitgesproken als ch'uan-fa. Voor zover bekend werd deze laatste naam gegeven aan de vechtmethoden, die in het beroemde Shaolin klooster ontstaan zijn, eeuwen voor er in Korea sprake was van subak.

 
     
 

Koryŏ – dynastie (912 - 1392)

 
     
 

Tijdens de Koryŏ – dynastie zijn er volgens Choi Hong Hi door de koning Subak in t'aekkyõn wedstrijden gehouden. De winnaar kreeg als beloning een baan bij de regering. Militairen werden verplicht om mee te doen. Korea was in die tijd verdeeld in provincies met burgerambtenaren aan het hoofd en twee noordelijke-distrikten, onder leiding van militaire commandanten. Verder waren er ten behoeve van de interne en nationale veiligheid vijf regionale militaire centra in de verschillende provincies.

 
     
 

In 1170  brak er een eeuw aan van waarin het land door militairen geregeerd werd. Door onderlinge rivaliteit ontstonden er prive legers. Deze onderlinge rivaliteit was er ook de oorzaak van dat het militarisme in Korea niet zo’n grote invloed kreeg als in Japan. Daardoor kon het land ook makkelijker bezet worden. In 1270 moest het land zich overgeven aan de oprukkende Mongoolse - stammen. (Rijk van de groot – Khan, Yuan dynastie 1270-1368).

Klik voor vergroting