|
|
Het viel
Bodhidharma op dat door de strenge discipline en
het snelle tempo dat hij eiste, de monniken snel
vermoeid waren. Om de monniken zo te trainen dat
zij deze werkwijze konden volhouden heeft
Bodhidharma een methode van mentale en fysieke
conditietraining ingevoerd. Deze methode is
beschrijven in de boeken I-Jin Kyong
(spierontwikkeling) en I Shim Kyong (het
zuiveren van de gedachten). De oefeningen waren
bedoeld om de monniken van alle bewuste controle
te bevrijden en hen daarmee het bereiken van de
verlichte toestand mogelijk te maken. |
|
|
|
|
|
|
|
Ook werkten de
monniken aan andere oefeningen, namelijk de Shih
Pa Lo-han (18 bewegingen van de Lo-han handen).
Deze bewegingen imiteerden de standen van 18
verschillende tempelbeelden. Als gevolg van deze
trainingen werden de monniken de beste vechters
in China. De methode van Bodhidharma werd op den
duur samen met de Shih Pa Lo-Han bewegingen
gecombineerd. Daaruit ontstond het bekende
Shaoling boksen (of Ch’yan Fa de methode van de
Shaoling vuist). Deze monniken reisden door het
Verre-Oosten om het boeddhisme te verspreiden.
Het Ch’yan Fa werd op die manier verspreid. |
|
|
|
|
|
|
|
Het verhaal van
Bodhidharma is een legende wat we wel doormiddel
van zorgvuldig onderzoek kunnen vaststellen. Is
dat Bodhidharma tijdens de Liang dynastie in de
6e eeuw in China is gearriveerd. Hij heeft in
het begin geprobeerd om het boeddhisme aan de
koning Moo Je In Kwang Joo te leren. Maar hij
werd niet toegelaten. Daarna ging hij naar een
klein landje in het Noorden van China, genaamd
Ui, waar hij uitgenodigd werd om koning Myong Je
te onderwijzen. Om ombekend gebleven redenen
heeft Bodhidharma deze uitnodiging afgewezen en
zich teruggetrokken in de Shaolin Tempel. Daar
is hij negen jaar later overleden, nadat hij
zich heeft bezig gehouden met meditatie en
devotie. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De historie van
de Koreaanse zelfverdedigingkunsten kan men
terug voeren in de tijd waarin Korea ingedeeld
was in drie koninkrijken.
|
Koguryõ |
(37
voor Chr. - 668 na Chr.) |
 |
|
Paekche |
(18
voor Chr. - 660 na Chr.) |
|
Silla |
(57
voor Chr. - 936 na Chr.) |
Tussen 540 en
576 regeerde in Silla koning Chinhung (24e
koning van Silla), die de eerste aanzet zou
geven tot de uiteindelijke vereniging van de
drie koninkrijken. Gedurende zijn regering kwam
de zogenaamde hwarang-groep op. |
|
|
|
|
|
|
|
De Hwarang:
Hwarang (8e tul) wordt vaak met
Taekwon-do in verband gebracht. Daarom wil ik
bij de beschrijving van de historie van de
Koreaanse krijskunsten stilstaan bij deze
groepering.
De bronnen waaruit de informatie over hwarang
uitgehaald moet worden, bestaan uit de kronieken
van de drie koninkrijken (Samguk Sagi)
geschreven door Kim Pusik (militair
staatsgeleerde 1075-1152) en
de nalatenschap van de drie koninkrijken (Samguk
Yusa), geschreven door Iryðn (boeddhistische
monnik 1206-1281). |
|
|
|
|
|
|
|
 |
Doordat Kim Pusik militair was heeft hij
tijdens zijn beschrijvingen vooral de
militaire aspecten beschreven en monnik
Iryðn vooral de religieuze aspecten.
Zowel Kim Pusik als Iryðn zijn het
erover eens dat de hwarang niet in
eerste plaats een militaire groep was.
Hoewel het woord hwarang op
verschillende manieren vertaald kan
worden, is de beste vertaling
"bloemenjongen". Hwa betekent
bloem en rang krijgt als
vertaling jongeman. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Nog net tijdens
de regering van koning Chinhung (in 576) werden
twee mooie vrouwen uitgekozen om allerlei dansen
uit te voeren. Zij verzamelden ieder een groep
om zich heen en werden de wõnhwa
genoemd. Wõnhwa betekent "de originele bloemen".
De leidsters van de twee wõnhwa-groepen waren
echter jaloers op elkaar, waarop de ene de
andere verdronk. De dader werd hiervoor ter dood
veroordeeld en de wõnhwa viel uit elkaar. Hierna
werden knap uitziende jongens gekozen,
voornamelijk uit de kringen van de edelen.
Deze jongens werden hwarang (zie plaatje) genoemd. Ze
werden opgemaakt en droegen mooie kleren. Ze
hielden zich hoofdzakelijk bezig met zingen,
dansen, muziek en poëzie. Ze maakten tochten
naar de bergen en rivieren en amuseerden zich
aldaar. Door deze activiteiten scheidde de
goeden zich van de slechten, waarna de goeden
aan het hof ontboden werden. De hwarang had een
religieus karakter, welke veelal in verband
wordt gebracht met het Boeddhisme en
Confucianisme. Maar in de literatuur van gen.
Choi Hong Hi wordt ook geschreven dat ze een
elite officieren korps van jonge aristocraten
waren. Om zichzelf op te leiden en hen een doel
te geven, voerden zij een vijf punten code voor
gedrag in. Deze code was voortgebracht door hun
meest belangrijke boeddhistische monnik en
geleerde Wan Kang. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Deze code
bestond uit de volgende punten: |
-
Wees trouw aan de koning,
-
Wees gehoorzaam tegen je ouders,
-
Wees eerzaam naar je vrienden,
-
Nooit terugtrekken in een gevecht,
-
Dood op een rechtvaardige wijze.
|
- IL. SA KUN E CHOONG,
- E. SA CHIN E HYO,
- SAM. KYO WOO E SHIN,
- SA. IM JEON MOO TAE,
- OH. SAL SAENG YOO TEAK.
|
|
|
|
|
Volgens de literatuur van de
N.C.O. (N.C.O., geschiedenis
organisatorische achtergrond, 1996),
is er geen reden om aan te nemen dat de hwarang
een militaire groep was. Gebaseerd op
geschriften van militair Kim Pusik monnik
Iryðn. Het is wel via de geschriften zo dat
zij zich later op het militaire pad hebben
begeven. De aard van de hwarang zou je als volgt
kunnen samenvatten: “De hwarang waren een groep
jongemannen, die zich bezighielden met
religieuze en culturele zaken, maar die af en
toe half-militaristisch (of soms zelfs geheel
militaristisch) moesten zijn omdat de tijd
waarin ze leefden dat met zich meebracht.” |
|
|
|
|
|
|
|
|
De
literatuur van Choi Hong Hi beschrijft
juist wel de militaire aspecten. Volgens
Choi werd hwarang bekend op het
schiereiland voor hun moed en
vaardigheden in het gevecht en kregen ze
zelfs respect van hun grootste
tegenstanders. De kracht die zij kregen
door het respect van hun code stelde hen
in staat om heldendaden van moed te
verwerven die legendarisch werden. Vele
van deze dappere, jongere stierven op
het slagveld in de bloei van hun jeugd. |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Volgens de
literatuur van Choi waren de hwarang jongens
bezig om zichzelf op
te
leiden tot ridderschap met behulp van de vijf
punten code voor gedrag. De literatuur die ik op
dit gebied heb onderzocht is dus tegenstrijdig.
De een spreekt van de hwarang groep die vooral
op het gebied van cultuur en religie bezig was.
En de ander spreekt van een elite officieren
korps bestaande uit jonge aristocraten. Een
soort Koreaanse samurai. Waarschijnlijk kloppen
beiden beschrijvingen. Alleen legt de literatuur
van Choi sterk de nadruk op het militaire
aspect. Dit vanwege het raakvlak met taekwon-do. |
|
|
|
|
|
|
|
Welke
betekenis heeft de hwarang gehad i.v.m de
ontwikkeling van het taekwon-do?
Voor zover bekend heeft de hwarang geen directe
invloed op het taekwon-do uitgeoefend.
Ongetwijfeld heeft zij zich gedurende hun
militaire momenten wel beziggehouden met
allerlei militaire vechtsystemen, maar deze zijn
vermoedelijk van China afkomstig. De hwarang
heeft geen enkel eigen vechtsysteem ontwikkeld.
Hieruit zouden we kunnen concluderen dat hwarang
niet met taekwon-do te maken heeft. De hwarang
groepering heeft wel een nieuwe dimensie aan de
primitieve methode van vechten toegevoegd.
Namelijk het nieuwe mentale concept van de vijf
punten code. Deze vijf punten zijn ook in het
grote handboek van generaal Choi Hong Hi te
vinden. Welke vechtsporten worden dan wel in
verband gebracht met taekwon-do? De volgende
benamingen komen overal terug in de
beschrijvingen. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Subak,
t'aekkyõn en kwõn bõp: |
 |
Choi
Hong Hi noemt subak een soort “gevecht
met de voeten, en de benen”, terwijl
Richard Chun als vertaling: “slaan met
de vuisten en kopstoten” geeft. De
Chinese karakters waarmee je subak
schrijft, geven de volgende betekenis te
zien: het woord su betekent
letterlijk “hand” en het woord bak
betekent slaan met de vuisten (boksen).
Ook wordt subak vertaald als een gevecht
met de handen in een strijd of
wedstrijd. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Tot nog toe is
er dus geen reden om aan te nemen dat subak een
vechtsport zou zijn, waarbij de benen of het
hoofd gebruikt werden. Wel bestaat het Koreaanse
woord bak ch'igi, dat kopstoten betekent. Het
woord bak in deze opbouw heeft taalkundig echter
niets te maken met het woord bak in subak. |
|
|
|
|
|
|
|
Een andere naam
die veel in verband wordt gebracht met
taekwon-do is t'aekkyõn. Bestaan er Chinese
karakters om dit woord te schrijven?
Waarschijnlijk gaat het om een puur Koreaans
woord. T'aekkyõn wordt beschreven als een spel,
waarbij twee tegenover elkaar staande personen
elkaar onderuit proberen te trappen. Hoge
trappen zijn toegestaan, die door de handen
opgevangen mogen worden. Dit spel kende men ook
in Japan. Hoewel niet met zekerheid gezegd kan
worden dat dit zo is, bestaat de mogelijkheid
dat het taekwon-do enige beenbewegingen
overgenomen heeft van het t'aekkyõn. |
|
|
|
|
|
|
|
Volgens Choi
Hong Hi werd subak in China geïntroduceerd als
kwõn bõp en als een vorm van jiu-jitsu in Japan.
Helemaal correct lijkt dit niet, als we naar de
betekenis kijken van het woord kwõn bõp. Kwõn
vindt men ook in taekwon-do terug en betekent
vuist. Het woord bõp betekent wet (systeem). De
Japanners spreken kwõn bõp uit als kempo. In het
Chinees wordt het uitgesproken als ch'uan-fa.
Voor zover bekend werd deze laatste naam gegeven
aan de vechtmethoden, die in het beroemde
Shaolin klooster ontstaan zijn, eeuwen voor er
in Korea sprake was van subak. |
|
|
|
|
|
|
|
Koryŏ – dynastie (912 - 1392)
|
|
|
|
|
|
|
|
Tijdens de
Koryŏ – dynastie zijn er volgens Choi Hong Hi
door de koning Subak in t'aekkyõn wedstrijden
gehouden. De winnaar kreeg als beloning een baan
bij de regering. Militairen werden verplicht om
mee te doen. Korea was in die tijd verdeeld in
provincies met burgerambtenaren aan het hoofd en
twee noordelijke-distrikten, onder leiding van
militaire commandanten. Verder waren er ten
behoeve van de interne en nationale veiligheid
vijf regionale militaire centra in de
verschillende provincies. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|